Vragen? 06 - 144 80 334

Lees hier over het hele bouwproces


Van schets tot sleutel, van paal tot plank

Van hout naar huis, van wensen naar wonen

Eerste leerpunt/domper is binnen...

Als een stuk grond wordt verkocht als ‘welstandsvrij’ en als in de met de gemeente afgestemde tekst van de verkopende makelaar staat dat je ‘de mogelijkheid hebt om naar eigen inzicht uw vrijstaande woning te bouwen’, en als daarbij weer wordt uitgelegd dat dit inhoudt dat er slechts een lichte welstandstoets zal zijn - wat betekent dat er alleen naar de criteria in het bestemmingsplan wordt gekeken -, en als in dat bestemmingsplan óók staat dat je in een gedeelte van het dorp gaat bouwen dat welstandsvrij is. Wat denk je dan? Dat je welstandsvrij mag bouwen, toch? Niet dus.


Tip 1

Ook al denk je dat je welstandvrij mag bouwen, lees de hele welstandsnota van je gemeente door! Dat hebben wij niet gedaan, kennelijk verblind door alle signalen die erop wezen dat we welstandsvrij mochten bouwen. Wij hadden dus het bestemmingsplan erbij genomen en op ruimtelijkeplannen.nl gekeken, omdat daar steeds in alle stukken over werd gesproken. We hebben naar alle voorwaarden gekeken waaraan je moet voldoen. Werkelijk alles uitgeplozen, laat dat maar aan ons over! Je geeft immers niet zomaar een bulk geld uit aan een lap grond, je informeert eerst echt wel naar de mogelijkheden. Dus naar plaats in het bouwvlak, de maximale nokhoogte, de dakgoothoogte, bijgebouwruimte, enzovoorts gekeken en onze tekening daarop aangepast. Die voldoet aan al die eisen, dus hebben we die ingeleverd voor het vooroverleg.


Dorpsbouwmeester

Nu belt onze architect van Finnhouse vandaag naar de gemeente om na te vragen of de indiening via het Omgevingsloket vorige week goed is binnengekomen. Na enig zoekwerk blijkt dat het geval. Maar wat blijkt nog meer? Er wordt hem verteld dat de dorpsbouwmeester er ook naar moet kijken. Hoezo dat dan? Want dit heeft de architect nog nooit meegemaakt bij welstandsvrij. ‘Nou, omdat de gevel en het dakvlak veranderen en in de welstandsnota staat dat bouwwerken waarvan die zaken veranderen, altijd door de welstand moeten en dus naar de dorpsbouwmeester gaan.’ Veranderen? 'Ja, want het betreft nieuwbouw, dus het verandert automatisch, want er was eerst geen dak en geen gevel.' Ja, zo ken ik er nog wel een paar. En omdat onze zijgevel vanwege de hoekligging ook aan de straatkant ligt, moet die ook nog worden goedgekeurd. Welstandsvrij bouwen, maar twee van de vier kanten van het huis én het dak moeten door de welstand. Dat is dus eigenlijk bijna ons hele huis. Ik noem dat niet welstandsvrij.


Hoe nu verder

De architect begrijpt uit het verhaal dat de uitslag van de bestemmingsplantoets (het vooroverleg) uiterlijk over zeven dagen is, dat is dus volgende week maandag. Als er iets gewijzigd moet worden, wordt er tussentijds contact opgenomen. Is dat niet nodig, dan wordt ons plan volgende week donderdag 27 maart geagendeerd voor de welstand. Daar zit dus de dorpsbouwmeester bij. Ik ook trouwens. Ons plan valt onder welstandsniveau 4. Als ik het goed interpreteer wel de minst intense vorm van welstandstoezicht. Hoe dan ook begint daar voor mijn gevoel het tijdrovende gedeelte, we hadden juist gedacht en gehoopt daarvan weg van te blijven.


Aanpassen aan de omgeving

Er is in ieder geval geen gericht beeldkwaliteitsplan, dus er staat niet specifiek dat je niet met hout mag bouwen. Maar er staat wel dat de gevel, het materiaal, de kleur en het dak zich moeten aanpassen aan de omgeving. Wat is aanpassen? Precies hetzelfde zijn als de in mijn ogen veel minder mooie stenen decenniumbouw-omgeving, terwijl we nu in een heel ander tijdvak leven? Passend bij de kleur van de natuurlijke omgeving, dus van de bomen en de lucht? Passend bij de huizen eromheen of aan de rijke culturele bouwhistorie van het hele dorp en de streek, van vakwerkhuizen in dit geval, waar ons huis een eigentijdse variant van is met zijn paal-en-balkconstructie? Of aanpassen aan de eisen van de tijd die de omgeving stelt, aan duurzaamheid, energieneutraliteit en milieuvriendelijkheid? En in hoeverre moet je je dan aanpassen? Kortom: het is maar hoe je naar deze vraag en hoe je naar schoonheid kijkt. En of je mensen wil belonen die een voortrekkersrol vervullen.


Circulaire bouweconomie

Want betreffende die voortrekkersrol: om verantwoordelijker om te gaan met grondstoffen en ervoor te zorgen dat toekomstige generaties voldoende (bruikbare) grondstoffen hebben om mee te kunnen bouwen, heeft de overheid besloten dat de Nederlandse bouweconomie in 2050 circulair moet zijn. Dit betekent dat alle gebruikte materialen hernieuwbaar of hergebruikt moeten zijn. Met ons houten huis voldoen we daar nu al volledig aan. Je hoeft toch niet pas in 2049 te beginnen met verantwoordelijk met onze wereld omgaan? Wij willen dat nu al doen. En door het gebruik van hout groeit de vraag naar hout, waardoor uitbreiden van beboste gebied voor de hand ligt. Laat dat nou toevallig alleen maar bijdragen aan die omgeving, het milieu, onze gezondheid, de natuur en nog veel meer! Op houtnatuurlijkvannu.nl lees je daar een heel interessant stuk over.


Discussie

De welstand wil een bijdrage leveren aan ‘een aantrekkelijke, goed verzorgde omgeving in het belang van het welbevinden van de gebruikers’. Het moet waardeverhogend werken en het vestigingsklimaat versterken. Ik vind dat ons houten huis dat zeker doet, maar voor elke andere mening kun je ook vast persoonlijke argumenten bedenken.

Maar er staat ook weer: ‘De welstandscriteria in deze nota dienen om bouwplannen zoveel mogelijk te laten voldoen aan de beoogde kwaliteit. Maar goede opdrachtgevers en ontwerpers gebruiken ze als opstapje naar betere plannen en om een discussie te voeren over de schoonheid en de uitstraling van het gebouw in zijn context.’ Kijk, er wordt dus gevraagd naar goede ontwerpen die als opstapje dienen naar nog beter. Ik hoop dat ons plan dat opstapje is. Ik wil dat in ieder geval heel graag.

Bij onverwachte plannen van uitzonderlijke aard en kwaliteit kan het voorkomen dat de specifieke gebiedsgebonden welstandscriteria ontoereikend zijn. In zo’n geval kunnen burgemeester en wethouders gemotiveerd afwijken van die welstandscriteria. Met andere woorden: de criteria in de welstandsnota gelden, tenzij er sprake is van een bijzondere situatie en er gerede twijfel mag bestaan aan de toepasbaarheid ervan. Ik hoop helemaal niet dat het zover komt, want dat kost alleen maar veel discussie, tijd, geld en energie. Wij willen met ons houten huis gewoon dolgraag bijdragen aan een mooie, gezonde, duurzame toekomst voor iedereen. Dat moet de gemeente Eijsden-Margraten, die zelf zegt flexibiliteit en creativiteit in denken en doen te vragen, toch ook willen. Wij gaan er in ieder geval voor!